Tanja Ineke

Tanja: “Inclusieve zorg begint met echt zien wie iemand is”

Sinds 2021 is Tanja voorzitter van de Raad van Bestuur van Samen. Eerder was ze voorzitter van COC Nederland, en al jaren zet ze zich in voor gelijke rechten en acceptatie van LHBTI+ personen. Inclusie loopt als een rode draad door haar werk. Ook bij Samen maakt ze zich sterk voor roze zorg: zorg waarin LHBTI+ ouderen zich veilig en welkom voelen.

Samen ondersteunt ouderen in Schagen en Hollands Kroon, thuis of op een van de locaties. Cliënten kunnen er terecht voor thuiszorg, langdurige zorg, revalidatie & behandeling, huishoudelijke hulp, welzijnsdiensten en dagactiviteiten—altijd met aandacht voor veiligheid en jezelf kunnen zijn.

Tanja Ineke in gele blazer

Voor we het over inclusieve zorg gaan hebben, een kleine introductie:

Hoe heet je? Hoe oud ben je? En waar woon je?

Ik heet Tanja Ineke, ik ben 64 jaar en ik woon in Schoorl. Ik ben opgegroeid in Alkmaar, mijn familie woont daar nog steeds. Zelf heb ik lang in Amsterdam gewoond voor ik in Schoorl neerstreek met mijn partner en onze kinderen.

Waar word je blij van?

Bewegen in de natuur.

Wat wens je de wereld toe?

Wat wens ik de wereld? Dat is nogal obligaat, ik wens de wereld liefde en vrede. Maar misschien wens ik de wereld wel zachtheid. Zacht leiderschap, zou je kunnen zeggen. Dat is misschien zelfs een voorwaarde voor liefde en vrede. Kortom: zacht leiderschap, ja. Ik wens de wereld zacht leiderschap.

Wat vind je al goed gaan als het gaat om de acceptatie van mensen die zichzelf zien als LHBTI + persoon?

Het gaat goed waar LHBTI’ers elkaar weten te vinden en als gemeenschap samenwerken aan verbetering. Ik heb als COC-voorzitter gezien hoeveel je samen in wet- en regelgeving kunt bereiken—denk aan het verbieden van zogenoemde ‘homogenezing’, daar stemde de kamer gister (9 sept 2025) mee in. Dat vraagt lange adem, maar het kán.

En wat kan nog beter, vind jij?

In de publieke ruimte zie ik achteruitgang. Hand in hand lopen of elkaar zoenen in het openbaar is niet overal vanzelfsprekend veilig. De ruimte voor minderheden lijkt kleiner te worden en dat is voor niemand goed. Dat kan en moet beter. Dat vraagt dus niet alleen beleid, maar ook dagelijkse moed en bondgenootschap: de collega die corrigeert, de buur die grenzen stelt, de organisatie die zichtbaar kleur bekent.

En waar op de regenboog sta je zelf?

Ik identificeer me het meest met de letter L – Lesbisch. Dat bepaalt het meest mijn identiteit. Tegelijk maak ik me druk om de héle regenboog. Ook binnen onze eigen gemeenschap moeten we alert blijven: solidariteit is geen automatisme; het vraagt dat we nieuwsgierig blijven naar elkaars ervaringen, ook als die niet de onze zijn.

Zorg voor iedereen

Samen biedt een breed palet aan zorg voor (onder andere) ouderen. Waarom is het anno nu nog steeds nodig om expliciet uit te spreken dat jullie óók zorg bieden aan LHBTI-ouderen?

Onze ambitie is om elke (toekomstige) cliënt echt goed te leren kennen. Niet alleen de medische kant, maar iemands levensverhaal, gewoontes en identiteit. Pas dan kun je zorg en ondersteuning bieden die klopt. Voor veel mensen die nu bij ons komen, is open zijn over seksuele of genderidentiteit niet vanzelfsprekend—ze groeiden op in een andere tijd of hoorden negatieve verhalen over hoe het in instellingen kan gaan. Soms zelfs over pesten in verpleeghuizen. Ik wil elke drempel weghalen om te zijn wie je bent. Daarom stralen we naar buiten toe uit: je mag hier jezelf zijn en we doen er actief iets voor om dat waar te maken.

Dus dat expliciet uitspreken blijft nodig?

Ja, en dat blijft het ook. Net zoals we in beeld en taal een afspiegeling van de samenleving willen zijn. Voor publieke organisaties is dat een noodzaak: je laat consequent zien dat iedereen meetelt—in fotografie, in teksten, in activiteiten én in beleid. Dat is niet “een keer een mooie post”, maar continu kiezen voor inclusieve representatie.

Was ‘roze zorg’ al een speerpunt toen jij bij Samen begon?

Het onderwerp leefde al. Er was een werkgroep, er lag een serieuze overweging om met de Roze Loper aan de slag te gaan—dat is in coronatijd wat naar de achtergrond geraakt. Met mijn komst kreeg het weer een impuls. Dat gebeurt vaker; mijn eerdere zichtbare rol als voorzitter van COC Nederland maakt dat collega’s makkelijk aanhaken en zeggen: “Hier zijn we al mee bezig, kunnen we gas geven?” Het bewoog dus al, maar kreeg even een zet vooruit.

Tanja in tuin met gele blazer

“Moet ik nu per se naar een ‘roze film’ kijken?”

Hoe creëren jullie concreet een cultuur waarin iedereen zich veilig voelt? Doen jullie ook specifieke dingen voor LHBTI-ouderen?

We werken organisatiebreed met Roze-Loper-trajecten. Eén locatie—De Zandstee—heeft ’m al; er volgen hopelijk volgend jaar nog drie locaties. Zo’n traject geeft houvast en inspiratie: van kleine zichtbare dingen tot structurele verankering. In de huiskamers staan bijvoorbeeld ook boeken met regenboogverhalen; we programmeren nu en dan activiteiten met een regenboogthema en we praten daarover met bewoners en teams. Dan hoor je weleens: “Moet ik nu per se naar een ‘roze film’ kijken?” Mijn antwoord is dan: 99,9% van mijn kijktijd ís al niet-roze; dat lukt mij ook prima. Het punt is dat álle bewoners zich ergens in het aanbod moeten herkennen. Zulke gesprekken zijn goud waard, want ze normaliseren de diversiteit in de groep. En: het gaat niet alleen om cliënten; collega’s moeten óók volledig zichzelf kunnen zijn. Inclusie moet je niet ophangen aan één enthousiaste kartrekker, maar in beleid, scholing en werkafspraken vastleggen—anders zakt het weg als teams wisselen.

Jullie zijn meer dan ‘alleen’ verpleeghuiszorg. Speciale aandacht bij Samen heeft ook het zorgen voor ontmoeting en verbinding. Waarom?

In ons werkgebied—de gemeenten Schagen en Hollands Kroon—zijn de afstanden groot. Waar je in een stad snel een groepje hebt, moet hier soms letterlijk meer gereisd worden om ‘soortgenoten’ te ontmoeten. Juist daarom faciliteren we ontmoeting en betrekken we het netwerk rondom cliënten. Dat maakt mensen minder eenzaam en zo staan ze steviger in het leven. Voor LHBTI’ers geldt dat extra: elkaar herkennen en even nergens hoeven uit te leggen wie je bent, doet enorm veel.

“De kers op de taart is certificering, maar het bakken doen we samen”

Waar wil je de komende jaren naartoe werken?

Ik zou het prachtig vinden als we binnen zo’n drie jaar organisatiebreed de Roze Loper behalen. Niet om het label, wel om de betekenis: dat inclusie verankerd is in hart en praktijk. Die certificering is eigenlijk de kers op de taart, maar de taart ben je al een hele tijd aan het bakken. De weg ernaartoe is minstens zo belangrijk: leren, bijstellen, borgen. Het helpt dat we ons gesteund voelen door de betrokken gemeenten en regionale initiatieven—van Regenboogweken tot lokale schakels. Voorbeeldwerking telt: “Kijk, dit kan, dit doen we, en het werkt.”