TJ: “Ik denk dat het belangrijkste is dat we onszelf en elkaar de vrijheid geven om te blijven experimenteren.”

TJ: “Ik denk dat het belangrijkste is dat we onszelf en elkaar de vrijheid geven om te blijven experimenteren.”

TJ groeide op in Castricum en werkt bij Omroep Zwart. In dit interview deelt TJ een persoonlijk verhaal over identiteit, opgroeien en jezelf leren begrijpen.

Een verhaal dat laat zien dat je niet alles meteen hoeft te weten, en dat er ruimte mag zijn om te zoeken, te twijfelen en gewoon jezelf te zijn.

TJ op het strand in Castricum

Opgroeien in Castricum

Wanneer voel je dat je anders bent?

TJ groeide op in Castricum en woonde daar negentien jaar. Het is een plek waar TJ zich nog steeds mee verbonden voelt, maar waar opgroeien als iemand die anders is niet vanzelfsprekend was. Op school, op het Jac. P. Thijsse College, was TJ nog niet uit de kast en ook nog niet bewust van de eigen identiteit. Wel was er al vroeg het gevoel net buiten de groep te vallen.

“Voordat je uit de kast komt, ben je op een andere manier al een beetje queer. In de zin van: een buitenbeentje. Dat was voor mij wel zo.”

Castricum voelde als een fijne en vertrouwde omgeving, maar tegelijk ook als een plek waar TJ graag weg wilde. Op school was er weinig zichtbaarheid van LHBTI+ thema’s. Pas in de bovenbouw werd er iets gedaan rond Paarse Vrijdag, maar verder was er geen duidelijke aandacht of impuls, zoals het oprichten van een GSA. “Toen ik op school zat, was dat er niet,” vertelt TJ. “En er was ook niet echt een gevoel van: dit moet er zijn.”

Hoe zichtbaar was LHBTI+ op school?

Hoewel TJ nooit heeft ervaren dat mensen openlijk homofoob waren, was het wel belangrijk om vooral ‘normaal’ te zijn.

“Je mocht best homo zijn, maar je moest het niet kunnen merken,” zegt TJ. “En als je het wel kon merken, dan moest je wel heel leuk zijn.”

Op school waren vooral in de bovenbouw een paar leerlingen uit de kast, maar het bleef beperkt tot een kleine groep. Over acceptatie werd weinig gesproken. “Men was niet echt bezig met acceptatie,” zegt TJ.

Hoe vrij was je om jezelf te zijn?

Die ruimte was er thuis wél. TJ groeide op in een warm gezin waarin duidelijk werd gemaakt dat er niets fout kon zijn aan wie je bent.

“Wanneer het aankwam op oriëntatie en identiteit, kon ik niets fout doen en zou ik altijd welkom zijn.”

Die veilige basis maakte dat de zoektocht naar zichzelf gedreven werd door nieuwsgierigheid.

“Op het moment dat ik besefte dat ik niet hetero was, was dat voor mij heel onproblematisch. Het voelde organisch en natuurlijk.”

Waar vond je wel ruimte om jezelf te ontdekken?

Voorlichting over seksuele oriëntatie en gender speelde nauwelijks een rol. “Ik had heel lang geen woorden om uitdrukking te geven aan mijn identiteit,” vertelt TJ. Niemand was uit de kast als trans en non-binair zijn was nog niet zo’n bekend begrip. Hoewel TJ zelf wel wist dat het concept bestond, voelde het niet als iets wat dichtbij kwam.

“Ik kende het, maar ik had nooit iemand ontmoet die zo was. Het voelde voor mijn nog niet als mijn identiteit. Op heel veel manieren was ik al veel langer non-binair dan dat ik daarvoor uit kon komen. Maar mensen werden niet heel enthousiast van een “meisje” dat jongensdingen wilde doen, eigenlijk.”

Hoe kijk jij naar labels en identiteit?

Hoe identificeer je je nu?

TJ omschrijft zichzelf als non-binair, maar hecht daarbij weinig waarde aan labels als vaste categorieën. Non-binair zijn gaat voor TJ niet over een identiteit die alles bepaalt, maar over ruimte om te zijn wie die is.

“Als ik mezelf omschrijf, dan is gender niet iets waar ik mee bezig ben of aan denk,” zegt TJ. “Dat is ook wat non-binair voor mij betekent. Het is niet: ‘ik ben non-binair omdat ik non-binair ben’. Het is gewoon een woord om te omschrijven wat mijn natuurlijke gedrag is.”

Wanneer TJ zichzelf beschrijft, gaat het dan ook eerst over karakter en mens-zijn.

“Iemand die tegenstrijdig kan zijn. Ik ben nieuwsgierig, ik hou van leren, van enthousiasme. Ik ben wel eens levenslustig genoemd. Ik kan ook erg introspectief zijn en ik geniet van verbinding met mensen.” Gender staat daarin niet voorop, maar is één van de woorden die kunnen helpen om iets te duiden. “Het beïnvloedt mijn leven, maar het is een woord,” legt TJ uit.

Hoe geef je betekenis aan identiteit?

Tegelijk benoemt TJ ook een trans of transgender identiteit, met daarbij direct de nuance dat deze termen voor iedereen iets anders kunnen betekenen.

“Er zijn mensen die zich non-binair identificeren en zichzelf niet als trans ervaren. Er zijn trans mensen die niet non-binair zijn.”

Ook de indeling in cis en trans voelt voor TJ beperkt.

“Cis en trans is ook weer een binariteit — twee keuzes. Non-binair is juist ook je niet kunnen vinden in de manier waarop wij identiteiten categoriseren in de eerste plaats. En dat kan ik erg onderschrijven.”

Voor TJ zit er een duidelijke volgorde in hoe identiteit wordt beleefd.

“Ik ben niet mijn gender. Mijn gender geeft uitdrukking aan wie ik ben.”

Die manier van kijken komt ook door de veilige situatie thuis. Daar was altijd duidelijk: er is niets mis met wie je bent. Daardoor kon TJ zonder angst, maar met nieuwsgierigheid ontdekken wat bij hen past.

“Op het moment dat ik besefte dat ik niet hetero was, voelde dat organisch en natuurlijk. Het was voor mezelf onproblematisch.”

Portretfoto van Gwain op een podium.

‘’Ik ben niet mijn gender. Mijn gender geeft uitdrukking aan wie ik ben.’’

Transitie: geen vast begin of einde

TJ vertelt dat diens transitie relatief snel is verlopen, maar plaatst daar meteen een kanttekening bij. Voor TJ is transitie geen vast omlijnd proces met een duidelijk begin en eind.

“Transitie is een grappig begrip,” zegt TJ. “Wat is transitie eigenlijk? Is het iets innerlijks, of stellen we de eis dat je bij een transitie bepaalde fysieke veranderingen moet doormaken?”

Veel vormen, geen vast eindpunt

Transitie bestaat uit veel verschillende onderdelen en ziet er voor iedereen anders uit.

“Sociale transitie kan gaan over uit de kast komen, andere voornaamwoorden gebruiken of een andere naam kiezen. Er zijn heel veel verschillende vormen en onderdelen.” Het idee dat transitie een strak traject is, klopt daarom vaak niet. “Het is een vorm hoe van mensen hun leven kunnen veranderen. In transitie gaan is dan het gendergedeelte daarvan.”

Tegelijkertijd is er ook een heel concrete kant.

“Je meldt je aan bij een instantie omdat je een traject gaat doorlopen. Dat heeft een begin en bepaalde eisen. En op een gegeven moment rond je dat af als je voelt: ik heb dingen gedaan waardoor de dysforie die ik ervoer minder of niet meer aanwezig is.”

Maar het beeld dat je ‘begint’ en daarna ‘klaar’ bent, vindt TJ te kort door de bocht.

“Sommige mensen vragen: ben je omgebouwd? En ben je nu klaar? Zo werkt het niet.”

Hoewel het officiële transitietraject relatief snel ging, ging daar voor TJ een lange periode van nadenken aan vooraf — ruim twee jaar.

“Op een gegeven moment besefte ik: voor mij betekent non-binair zijn ook dat ik behoefte heb aan bepaalde fysieke en sociale veranderingen. Ik voelde: eigenlijk ben ik ook trans, want ik wil een operatie. Dat gaf de doorslag.”

“Omdat ik al zoveel tijd had om daar privé bij stil te staan, zonder druk, was ik op het moment dat ik wist wat ik wilde ook echt heel zeker,” vertelt TJ.

Tegelijk benadrukt TJ dat volledige zekerheid een illusie is.

“Het is een misverstand dat je ooit honderd procent zeker kunt zijn. Uiteindelijk is het een 'verwachting'. Je denkt: dit bepaalde ongemak kan weggaan als ik bijvoorbeeld een mastectomie neem. Dat moet je ondervinden.”

Hoe zeker moet je zijn?

De druk om absoluut zeker te zijn vindt TJ problematisch.

“Er wordt vaak gezegd: je moet het zeker weten, anders maak je een enorme fout en verpest je je leven. Ik hoop dat we daar vanaf kunnen. Het is niet het einde van de wereld als je van gedachten verandert en je terugkomt op eerdere ideeën. Dingen die je nog niet hebt meegemaakt, kun je niet zeker weten.”

Dat het traject relatief snel verliep, heeft volgens TJ ook te maken met de toegang tot kennis. “Ik kan goed voor mezelf opkomen en duidelijk uitleggen wat ik bedoel. Ik had veel gelezen over het onderwerp en was bekend met de GGZ,” legt TJ uit.

Daarnaast speelde steun uit de gemeenschap een grote rol.

“Ik had mensen om me heen die zulke trajecten hadden meegemaakt. Dat gaf me het vertrouwen om te zeggen: dit is wat ik wil.”

Je hoeft het niet alleen uit te zoeken — hulp begint bij vragen stellen

TJ benadrukt dat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is en wil daarom iets meegeven aan mensen die twijfelen over hun identiteit.

“Als je begint te twijfelen, meld je alvast ergens aan. Dat is juist bedoeld om je twijfels te onderzoeken.”

Daarbij benadrukt TJ ook hoe belangrijk de rol van de huisarts kan zijn, juist omdat die zorg niet altijd vanzelfsprekend is.

“Huisartsen zijn niet zo gespecialiseerd; dit is relatief nieuw,” zegt TJ. Daarom is het volgens TJ belangrijk om zelf vragen te durven stellen en het gesprek aan te gaan.

Dat kan heel praktisch zijn. “Ga naar je huisarts en vraag: wil jij mij hierin begeleiden? En zoek contact met mensen uit de gemeenschap en vraag: hoe is het voor jou gelopen, waar liep je tegenaan, wat zou je aanraden?”

Die kennis en steun kunnen een groot verschil maken, vooral voor mensen die al veel energie kwijt zijn aan twijfel of dysforie. “Niet iedereen heeft de tijd, energie of kennis om dit allemaal zelf uit te zoeken,” zegt TJ.

Juist daarom is het belangrijk dat mensen weten dat vragen stellen mag, en dat begeleiding niet pas begint als je alles al zeker weet.

‘’Een gemeenschap met anderen zijn: dat begint bij gemeenschap met jezelf.’’

Ruimte om jezelf te zijn

Vrijheid zonder labels

Voor TJ begint alles bij ruimte: ruimte om te blijven bewegen, twijfelen en veranderen.

“Ik denk dat het belangrijkste is dat we onszelf en elkaar de vrijheid geven om te blijven experimenteren,” zegt TJ.

Die vrijheid verdwijnt zodra woorden en labels vastgezet worden. Woorden en labels zijn bedoeld om jezelf te helpen begrijpen. Het zijn geen regels waar iemand anders jou aan mag houden. Als iemand een woord gebruikt om zichzelf te beschrijven, betekent dat niet dat anderen mogen bepalen hoe die persoon zich vervolgens gedragen of ontwikkelen.

Toch gebeurt dat volgens TJ regelmatig, ook binnen de LHBTI+ gemeenschap. TJ ziet hoe uitsluiting zich steeds opnieuw verplaatst. Van homo naar bi, van bi naar trans, van trans naar non-binair.

“Je kunt blijven hopen dat je door een ander uit te sluiten meer geaccepteerd wordt,” zegt TJ, “maar zo heeft het nooit gewerkt.”

Wat overblijft is isolatie, terwijl juist diversiteit kracht geeft.

“Als gemeenschap moet je de kracht ervaren van je eigen diversiteit, ook wanneer mensen bestaan op een manier die jou niet meteen aanspreekt.”

Die overtuiging is niet alleen theoretisch. TJ heeft ervaren hoe het is om je buitengesloten te voelen, maar ook hoe het is om je mensen te vinden.

“Hoewel ik me een deel van mijn tijd in Castricum best buitengesloten heb gevoeld, ben ik op den duur mensen tegengekomen waar ik bij hoor,” vertelt TJ.

Gemeenschap begint bij jezelf

Dicht bij jezelf blijven is daarbij essentieel. “Hoe meer ik bij mezelf blijf en aardig ben voor mezelf, hoe meer ik die mensen tegenkom,” zegt TJ. Uiteindelijk draait gemeenschap volgens TJ niet alleen om samen zijn met anderen, maar ook om trouw blijven aan jezelf.

“Een gemeenschap met anderen zijn: dat begint bij gemeenschap met jezelf.” En precies dat wenst TJ iedereen toe.

Portretfoto van Gwain voor een roze achtergrond.

‘’Voordat je uit de kast komt, ben je op een andere manier al een beetje queer.’’